Bal
Van plastic of hout, altijd wit, weegt +/- 135 gram, is 8,9 centimeter in diameter.
Boarding
Om de bal in het spel te houden kunnen er langs de zijlijnen van het veld planken van 9 tot 11 inches hoog staan.
Chukka
Een polowedstrijd is verdeeld in spelgedeelten die chukka’s heten. Een chukka duurt zeven minuten zuivere speeltijd. De bel gaat 30 seconden voor het einde van de chukka als waarschuwing en aan het einde als eindsignaal.
Spelers wisselen tussen de chukka’s van pony om weer met een frisse pony op het veld te verschijnen. Een polowedstrijd bestaat uit 4, 6 of 8 chukka’s. In Nederland meestal 4. Tussen de chukka’s is een rust van 3 minuten en halverwege, half-time, is een pauze van 5 minuten.
Goal
De doelpalen staan 8 yards uit elkaar en moeten om kunnen vallen als er tegenaan gereden wordt. Als de ballen de lijn tussen de twee doelpalen passeert, onafhankelijk op welke hoogte, is er een goal gemaakt, waarbij het er niet toedoet of de pony of speler de laatste is geweest die de bal heeft geraakt. Na ieder gemaakt goal wordt er van speelhelft gewisseld.
Handicap
Het niveau van de polospelers wordt vastgesteld in een handicap tussen -2 en 10 waarbij de 10 goalers tot de besten in de wereld behoren. Dit niveau wordt bepaald door de rijvaardigheid, de slagtechniek, het teamgevoel en het wedstrijdinzicht. Bij de wedstrijd wordt een teamhandicap vastgesteld door de individuele handicaps van de spelers bij elkaar op te tellen. Het team met de laagste handicap krijgt (uitgaan van 6 chukka’s) een voorsprong ter grootte van het verschil in teamhandicap.
Hook
In polo is het toegestaan om de slag van de tegenspeler te verhinderen door de mallet in de slag van de tegenstander te houden of de mallet van de tegenstander weg te slaan. Een hook boven de schouder of over het paard van de tegenstander is gevaarlijk en niet toegestaan.
Knock in
Indien de bal bij de aanval over de achterlijn van de tegenstander gaat, wordt het spel hervat door een vrij slag van de tegenstander op het punt waar de bal de achterlijn passeerde
Lijn van de bal
De fictieve lijn waar langs de val zich beweegt (line of the ball) bepaalt een voorrangstraject (right of way) voor de speler die met de kleinste hoek het eerst op die lijn aanrijdt (to take the line). Als een speler de lijn genomen heeft mag een andere speler die lijn niet kruisen. Ook heeft de speler die de lijn genomen heeft voorrang op andere spelers. Deze twee regels zijn belangrijk voor de veiligheid van paarden en spelers en zijn in de praktijk de meest overtreden regels.
Line-up
De vier spelers van elk team vormen de “line-up” in het midden van het veld, naar een van de side boards toe. De scheidsrechter rijdt naar ze toe en gooit de bal tussen hen in en het spel begint.
Mallet
De stick waarmee geslagen wordt is meestal gemaakt van bamboeschacht met een kop van hardhout. Er wordt geslagen met de brede kant van de kop. Deze sticks variëren van 51 tot 54 inches. De lengte is afhankelijk van de hoogte van de pony en de voorkeur van de ruiter.
Nearside
De linkerkant van de pony
Offside
De rechterkant van de pony
Penalties of fouls
Als er een overtreding is begaan wordt er een vrije slag toegekend. De plaats en afstand tot het goal van de vrij slag wordt bepaald aan de hand van de plaats en de ernst van de overtreding. De diverse penalty’s (in volgorde van de ernst van de overtreding) die gegeven kunnen worden zijn:
- goal
- 30 yards op onverdedigd goal (thirty)
- 40 yards op onverdedigd goal (fourty)
- 60 yards op onverdedigd goal (sixty)
- Het midden van het veld (midfield)
- Een penalty kan ook gegeven worden op de plaats waar de overtreding werd begaan (spot).
Pony’s
Hoewel men in polo altijd spreekt van pony’s zijn het in feite paarden. Er is geen maximum hoogte. De belangrijkste eigenschappen zijn snelheid, wendbaarheid, uithoudingsvermogen. De pony’s dragen altijd beenbescherming en hebben een opgebonden staart.
Posities
Binnen een team is de nummer 1 de aanvaller en gaat voor de goals, daarbij ondersteund door nummer 2.
Nummer
3 is de spelverdeler, de spil tussen aanval en verdediging. Nummer 4 is de verdediger. Er is geen vaste keeper. Indien de snelheid van de wedstrijd dat vraagt zullen de spelers tijdelijk van positie wisselen om daarna weer in hun oorspronkelijke positie terug te keren.
Ride-off
Twee spelers mogen tegen elkaar aanrijden om te proberen elkaar uit het spel te houden of van de lijn van de bal af te rijden. Het duwen gebeurt meestal door de pony’s en de spelers, maar zij mogen daarbij hun ellebogen niet gebruiken. Een ride-off met een hoek van meer dan 45° is verboden.
Sandwich
Indien een speler door twee spelers van het andere team wordt klemgereden is dit een Sandwich. Dit is verboden.
Sudden death
Indien een wedstrijd door gelijk spel onbeslist is kan een additionele chukka gespeeld worden, waarbij het eerste goal de winnaar bepaalt.
Swing of slag
Er zijn 12 verschillende slagen. De bal kan aan beide zijden van het paard achterwaart geslagen worden. De bal kan ook open geslagen worden. Tenslotte kan er onder de nek, de staart of de buik van de pony door geslagen worden.
Team
Een poloteam bestaat uit vier spelers. Ieder heeft zijn eigen positie
Time out
De scheidsrechter zet door te fluiten de tijd stil bij een overtreding, een ongeval of als een speler problemen met zijn tuig heeft. De tijd hoeft niet stil gezet te worden indien een speler van paard of mallet wil wisselen.
Treading in
Tijdens de rust betreden de toeschouwers het veld om de omgewoelde plaggen weer op de plaats te brengen zodat het veld weer snel in goede staat gebracht wordt.
Umpires, referees en goaljudges
Er zijn twee bereden scheidsrechters (umpires) op het veld die gezamenlijk bepalen of er sprake is van een overtreding. Als de umpires het oneens zijn beslist de referee (the third man aan de boarding te voet). Achter de goals staan de goaljudges die met vlaggen aangeven of er gescoord is.
Veld
Een poloveld is 300 bij 160 yards (met boarding) of 200 yards (zonder boarding), hetgeen overeenkomt met de maat van vijf voetbalvelden aaneen (een yard is 0,914 meter).